MENU

Praat met elkaar

Het thema van de Week tegen de Kindermishandeling van 2022 is “praat met elkaar”. In iedere klas zit een slachtoffer van mishandeling en dat is er uiteraard 1 teveel. Gelukkig hebben we allemaal dezelfde missie en willen we deze kinderen graag helpen en er voor ze zijn.

Praat met elkaar is dan ook erg belangrijk. Deze kinderen beginnen er vaak niet over uit zichzelf en helemaal de jongere kinderen niet. Zij beseffen immers niet wat er aan de hand is. Zij weten niet wat “normaal” is. Zij hebben dan echt jouw ogen en jouw vragen nodig. Door er samen over te praten kunnen kinderen erachter komen hoe het gaat bij anderen thuis. Dit kunnen simpele onderwerpen zijn. “Hoe eten jullie thuis? Zit je dan samen aan tafel en wat eet je dan? Welke activiteiten doen jullie samen thuis? Wie heeft er thuis klusjes om te doen?” Kinderen horen dan andere verhalen en kunnen dan zelf gaan nadenken. Als jij denkt dat een verhaal niet klopt of als iemand niet wil reageren, dan kun je diegene even apart nemen en aangeven dat je graag naar zijn verhaal wil luisteren en dat je er voor hem bent.

Praat met elkaar betekent ook dat je onderling met je collega’s gaat en moet praten over dit lastige onderwerp. Vooral voor het werken met jongere kinderen is dit erg belangrijk. Jij bent immers hun ogen en stem. Het is dan ook erg belangrijk om met collega’s te kunnen overleggen en sparren. “Heb jij ook dit onderbuikgevoel?” Je kunt ook vragen of ze eens bij jou willen observeren. Ook het uitwisselen van tips is erg belangrijk. Immers in iedere groep zit 1 slachtoffer, dus iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad.

Praten is moeilijk en dat geldt voor iedereen. Het juiste moment is er ook niet en daarom is ieder moment het juiste moment. Praten lucht echt op en het delen geeft je ook weer meer ruimte in je eigen hoofd, maar ook de bevestiging dat je gevoel goed zit.

Het praten is ook belangrijk voor de ouders en de kinderen, omdat jij ze misschien net over die drempel trekt, door aan te geven dat je graag een luisterend oor biedt. In de verhalen van slachtoffers komt dit ook vaak naar voren. Er is altijd iemand geweest die heeft aangegeven dat hij gezien wordt en een luisterend oor aanbiedt en klaar staat. Het kind kan dan zelf aangeven en kiezen wat het juiste moment is.

Daarnaast zeg ik altijd dat ouders de beste bedoelingen hebben met hun kind. Het kind wordt niet geboren met de intentie om mishandeld te worden. Vaak is het onmacht, onwetendheid of de eigen ervaring dat er voor zorgt dat het gebeurt.

Ook hoor ik vaak dat melden toch geen zin heeft, omdat er toch niks mee wordt gedaan of ze het gevoel hebben dat ze niet serieus genomen worden. Mijn reactie is dan altijd dat je door moet zetten. Hou je dagboek bij en blijf er voor het kind. Bel er weer achteraan als dat nodig is en blijf je zorgen delen. Dat zou je immers ook willen, als het jou overkomt.

Vind je het lastig om te praten of merk je dat de ander het lastig vindt? Dan kan het ook handig zijn om even te gaan wandelen. Praten tijdens het wandelen gaat meestal makkelijker.

Onze missie “Ik zie jou” geldt ook voor dit onderwerp. Ik zie jou, ik ben er voor jou en ik steun jou. Zullen we er een gezamenlijke missie van maken?

© 2022 | Webdesign Kuipers Design